Volg ons!
Al 40 jaar vrijwilliger: het verhaal van Luciano Ferro
vrijdag, 27 februari 2026 09:30 Al 40 jaar zet Luciano Ferro zich in voor anderen: hij helpt mensen, bouwt bruggen tussen generaties en versterkt gemeenschappen.
Ontdek zijn verhaal in de Week van de Vrijwilliger.
Het is de week van de vrijwilliger en we zetten een enthousiaste vrijwilliger in de kijker die het verschil maakt in een sociaal-culturele organisatie.
Vrijwilliger Luciano is een belangrijk figuur binnen het IC. Hij is niet enkel bestuurder van een eigen vereniging (L’Araldo, ANCRI), maar ook een van de oprichters van het Internationaal Comité vzw. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij de integratie van mensen met Italiaanse migratieachtergrond die dit jaar 80 jaar migratie in België vieren. Door zijn maatschappelijke betrokkenheid heeft Luciano vorig jaar een erkenning gekregen van koning Filip van België.
Luciano Ferro over vrijwilligerswerk tussen België en Italië
Knettergek. Zo noem ik mezelf soms. (lacht.) Ik hou van het leven. Van lachen. En van mensen helpen. Altijd al gedaan. Eerst met belastingbrieven in een achterkamer van een café. Papieren uitgespreid op een plakkerige tafel, koffie erbij, uitleg geven tot het helder werd. Vandaag gaat het over identiteitskaarten, migratiegeschiedenis, herdenkingen en jongerenprojecten.
Ik ga niet vissen. Ik kijk geen voetbal. Mijn agenda is voller nu ik met pensioen ben. Dossiers, afspraken, vergaderingen. Tussendoor koken en zorgen voor mijn vrouw.
Ik geloof in onsterfelijkheid. Niet in een hiernamaals. Mijn onsterfelijkheid zit in mijn vier kleinkinderen. In de jongeren die ik probeer mee te trekken in verenigingen. In een gemeenschap die ik help dragen.
Ik heb kanker. Mijn lichaam herinnert me daar geregeld aan. Vermoeidheid. Onderzoeken. Wachten op resultaten. Maar ik laat mijn ziekte mijn leven niet bepalen. Ik respecteer mijn grenzen. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Maar zolang ik kan, blijf ik gaan. Tussen België en Italië. Tussen verleden en toekomst. Vrijwilligerswerk is niet zomaar hobby.
De wortels
Mijn ouders kwamen in 1947 naar België. Mijn vader zijn jongste broer was hier al in 1946, en zijn oudste broer kwam samen met hem in 1947. Ze behoorden tot de eerste lichting Italiaanse mijnwerkers. We woonden in een wijk waar 90% Italiaan was. Het merendeel kwam uit hetzelfde dorp als mijn ouders.
Toen ik vier was, verhuisden we naar een andere buurt. Daar woonden 36 nationaliteiten door elkaar. Mijn buur sprak Duits, de overbuur Joegoslavisch. Op straat konden we maar één taal spreken: Nederlands. Anders verstond niemand elkaar. Dat is mijn geluk geweest. Ik heb nooit die ‘citétaal’ gesproken. Ik leerde mooi Nederlands op school. Ik ging naar de Sint-Paulusscouts in Heusden en de harmonie Heidegalm. Integreren doe je door in de stoet te stappen.
Toch bleef dat dubbele gevoel. In Italië was ik “de Belg”. In België was ik “de Italiaan”. Soms leek dat alsof ik nergens helemaal thuishoorde. Misschien is het daarom dat ik altijd bruggen heb gebouwd tussen mensen.
Ik heb een bewogen relatie met mijn nationaliteit gehad. Ik was 7 jaar in het Belgisch leger, maar Italië bleef mij oproepen. Zeven keer ben ik in Italië aangehouden omdat ik mijn legerdienst “ontlopen” zou hebben. Wat was er gebeurd? Ik had als minderjarige mijn nationaliteit veranderd en door de fout van het Italiaans consulaat bleek dat ik zonder geldige toestemming van mijn ouders Belg geworden was .Gevolg: geen toestemming volgens de Italiaanse wet, dus ik bleef Italiaan.
Hoe ik weer Italiaan werd

Jarenlang werkte ik voor een internationaal bedrijf. Ik reisde in Europa en Noord-Afrika. Mijn vrouw stond er vaak alleen voor. We waren jong getrouwd. Zij negentien, ik tweeëntwintig. Twee kinderen voor we het goed en wel beseften. We zijn intussen al 53 jaar samen. In die periode voelde ik mij vooral Belg. Italië was mijn geschiedenis, maar niet mijn dagelijks leven.
Tot mijn oom mij vroeg om te helpen bij de vereniging van oud-strijders (ANCRI): ‘We krijgen subsidies, maar het dossier moet in het Nederlands.’ Ik zei ja.
Daar zag ik jeugdvrienden van mijn vader terug. Jaren in de mijn gewerkt en oorlog meegemaakt, maar zo onzeker. Schrik voor formulieren vooral. Mijn vader kreeg ooit een belastingbrief en had volgens mijn berekeningen recht op een terugbetaling. Hij wou geen bezwaar indienen. ‘Laat maar’, zei hij. Die angst voor administratie zat diep.
Dat kon ik niet verdragen. Ik denk dat ik daar opnieuw Italiaan ben geworden.
We begonnen belastingbrieven in te vullen. Achteraan in een café. Eerst met de hand, later met een computer. Wij hadden met vzw L’Araldo als eersten een computer staan in de gebouwen van het toenmalige ACW in Hasselt, weliswaar heel traag. Als je een berekening deed, kon je rustig koffie gaan halen. (lacht.) We hielpen iedereen die aanklopte: Italiaan, Marokkaan, Turk. Af en toe kwam er gemor van officiële instanties, omdat we als Italiaanse vereniging iedereen hielpen. Daar is toch niets mis mee. Ik zei: ‘als iemand hulp nodig heeft en ik kan helpen, waarom zou ik dan eerst zijn lidkaart controleren?’
Ik merkte wat het probleem van de Italiaanse migranten was. Een grote angst om iets fout te doen. Niemand die het ooit in zijn hoofd kreeg om in beroep te gaan tegen een foute belastingsbrief bijvoorbeeld.
Een netwerk dat groeit
Wat startte als individuele hulp groeide uit tot structurele ondersteuning. Ik wilde mensen helpen om papieren te begrijpen. Ervoor zorgen dat ze niet afhankelijk bleven. Helpen is goed. Begrijpen is beter. We begonnen met het geven van computerlessen, toen was dat nog nieuw. Ik ging weer studeren in mijn vrije weekends, twee jaar voor graduaat Socio-Cultureel Werk en drie jaar graduaat Gezinswetenschappen
Samen met anderen richtte ik vzw’s op. Zo raakte ik als medestichter ook betrokken bij de uitbouw van het Internationaal Comité, dat uitgroeide tot een koepel van meer dan 300 verenigingen. Vier jaar geleden werd ik verkozen als secretaris in het Comites Limburgo, een orgaan erkend door de Italiaanse overheid voor Italianen in het buitenland. Zonder campagne haalde ik de vijfde meeste stemmen.
Elke woensdag helpen we mensen met identiteitskaarten en administratieve problemen. Rond de overgang naar de elektronische identiteitskaart komen 40 tot 50 mensen per dag langs. Ze denken dat alles in orde is. Tot blijkt dat hun burgerlijke staat niet klopt of dat hun gegevens niet correct geregistreerd zijn. Als stemlokalen verdwijnen voor Italianen in Limburg en mensen naar Brussel moeten rijden om te stemmen, dan weet je dat sommigen afhaken. En hier in België hoor ik politici spreken over profiteurs in de werkloosheid. Ik ken die mensen, ik zie hun dossiers. Het is nooit zo simpel als men het voorstelt.
Een vereniging die dreigt te verdwijnen
In 1995 zag ik hoe de vereniging van oud-strijders stilaan uitstierf. De mannen werden ouder. De jongeren komen niet. De opvolging ontbrak.
Dat kon ik niet laten gebeuren. Dus zochten we jongeren. We richtten een nieuwe vzw op. We probeerden andere vormen van activiteiten.
Maar jongeren denken anders. Zij willen competitie, dynamiek, snelheid. Soms botste dat. Ik heb geleerd dat je niet kan verwachten dat nieuwe generaties in oude structuren stappen zonder iets te veranderen. Ik hoor besturen klagen dat jongeren niet meer komen. Mijn vraag is simpel: heb je geluisterd naar wat zij willen? Heb je ruimte gemaakt? Traditie is belangrijk. Maar ze moet kunnen ademen.
Herinneren en herdenken
Ik wil collectief geheugen levend houden. Wie de geschiedenis begrijpt, begrijpt zichzelf.
Bij de 70-jarige herdenking van de migratie organiseerde ik tien dagen activiteiten in Heusden-Zolder. Film, literatuur, muziek, keuken. Mensen kwamen naar foto’s kijken en wezen zichzelf aan. ‘Kijk, daar ben ik. Veertien jaar was ik toen.’
In 2026, bij 80 jaar migratie, krijgen we uitzonderlijk steun uit Italië. We maakten een logo: een koffer met de jaartallen 1946–1956 en de verwijzing naar de mijnramp van Marcinelle. De koffer symboliseert alles: vertrek, hoop, onzekerheid. Ik benadruk bij alle verenigingen: zet het logo op je affiche, dan maken we er één verhaal van.
Elk jaar organiseren we een herdenking op Palmzondag. Ik ben ceremoniemeester. Ik begroet de harmonie. Ik geef de bevelen voor de vlaggen. Ik schrijf elk jaar een nieuw gebed, aangepast aan wat er leeft in de wereld. Oorlog. Onrecht. Hoop.

We werken dit jaar ook aan projecten met scholen, zoals “Kunst met kolen”. Met een stuk houtskool en een blad papier vertellen kinderen het verhaal van migratie. Waarom kwamen mijn ouders hierheen? Wat betekende de mijn?
Jaarlijks neem ik ook deel aan herdenkingen aan strafkamp in Kahla-Duitsland, waar onder andere 250 Belgische werkweigeraars stierven. Ik tolk in meerdere talen, leid als ceremoniemeester een deel van de plechtigheden, spreek gebeden uit.
Ik heb geleerd dat je niet kan verwachten dat nieuwe generaties in oude structuren stappen zonder iets te veranderen.
Digitale gemeenschap
Vroeger hadden we een papieren krant. Nu schrijf ik teksten die ik deel op Facebook. Over migratie. Over wetgeving. Over wat er in Italië beslist wordt en hier gevolgen heeft. Ik probeer complexe dingen begrijpelijk te maken. Wat betekent een nieuwe identiteitskaart? Wat betekent een wetswijziging? Extreem-rechts wil nu in Italië nationaliteitsregels verstrengen, en wijzigingen aan de grondwet doorvoeren: wat betekent dat? De facebookpagina van Comites Limburgo groeit. Mensen lezen en reageren. Ze begrijpen beter wat er in het thuisland gebeurt.
Erkenning
in mijn jeugdjaren als militair in Duitsland liep ik halve marathons en kreeg ik iedere keer een medaille, maar op een dag was ik ze allemaal kwijt. Mijn zoon had ze uitgedeeld in zijn kleuterklas. Onderscheidingen zijn bijzaak.
Toch zijn er twee erkenningen waar ik trots op ben. Mijn eerste erkenning was het Ereburgerschap, voor mijn jarenlange vrijwilligerswerk als vertaler, van de stad KahIa.
En onlangs kreeg ik de Gouden Medaille in de Kroonorde, samen met mijn secretaris, voor mijn jarenlange inzet als voorzitter en mijn vriend Renato als jarenlange secretaris van L’Araldo. Na 40 jaar heb ik waarschijnlijk recht op de Gouden Palm in de Kroonorde. Dus moet ik willens nillens gewoon doordoen

Waarom ik dit blijf doen? Omdat verenigingen meer zijn dan activiteiten. Ze zijn plekken waar mensen zich veilig voelen. Waar ze hun taal mogen spreken. Waar ze meer zijn dan een dossier of label.
Ik stop pas als ze mij de kerk uitdragen in een kist.
© Socius © Willy Musitu Lufungula, regioverantwoordelijke Antwerpen IC,
- Labels
- Verenigingen